Deze inleiding markeert een belangrijk keerpunt in Een Cursus in Wonderen. Tot nu toe lag de nadruk vooral op het herkennen van misvattingen, overtuigingen en denkpatronen die ons gevangen houden in angst, schuld en afscheiding. In de lessen 181 tot en met 200 verschuift de aandacht naar iets anders: het versterken van onze bereidheid om werkelijk voor vrede te kiezen.
De cursus erkent hierbij iets heel menselijks. De meeste mensen leven met verschillende doelen tegelijk. We verlangen naar innerlijke rust, maar ook naar controle. We verlangen naar liefde, maar willen tegelijkertijd gelijk krijgen. We verlangen naar verbinding, maar beschermen ons voortdurend tegen mogelijke pijn. Onze aandacht is verdeeld.
De cursus vraagt niet om direct perfect te worden. Er wordt geen totale overgave geëist. Er wordt slechts gevraagd om regelmatig te oefenen met het ervaren van vrede. Want zodra iemand werkelijk proeft hoe het voelt om vrij te zijn van innerlijke strijd, ontstaat vanzelf de motivatie om die ervaring vaker toe te laten.
Wat betekent dit in gewone taal?
Veel mensen denken dat vrijheid ontstaat wanneer omstandigheden veranderen. Wanneer het werk rustiger wordt. Wanneer de relatie beter loopt. Wanneer de financiële situatie verbetert.
De cursus draait dit om.
Vrijheid ontstaat niet doordat de wereld verandert. Vrijheid ontstaat wanneer we stoppen met voortdurend te bepalen hoe de wereld zou moeten zijn.
Dat betekent niet dat we passief worden. Het betekent dat we de voortdurende innerlijke strijd met de werkelijkheid loslaten.
De grootste belemmering voor vrede is volgens de cursus onze behoefte om alles te controleren. Niet alleen gebeurtenissen, maar ook mensen, meningen, resultaten en zelfs onze eigen gevoelens.
De lessen die volgen nodigen ons uit om die controle steeds iets meer los te laten.
De non dualistische betekenis
In vrijwel alle non dualistische tradities vinden we dezelfde beweging terug.
Binnen het zenboeddhisme wordt gesproken over het loslaten van voorkeur en afkeer. De geest die voortdurend beoordeelt, vergelijkt en controleert, creëert zijn eigen lijden.
Binnen de Advaita Vedanta wordt gezegd dat de identificatie met het persoonlijke ik de bron is van beperking. Zolang het ego zichzelf als afzonderlijk ervaart, probeert het voortdurend de werkelijkheid naar zijn hand te zetten. Wanneer deze identificatie verzacht, wordt de onderliggende eenheid van Atman en Brahman zichtbaar.
Binnen het taoïsme spreekt men over wu wei, moeiteloos handelen. Niet omdat er niets gebeurt, maar omdat handelen niet langer voortkomt uit verzet tegen wat is.
Binnen de soefitraditie vinden we het begrip overgave, niet als onderwerping maar als vertrouwen op een diepere intelligentie die groter is dan het individuele zelf.
Binnen de gnostiek wordt gesproken over ontwaken uit de droom van afgescheidenheid en terugkeren naar de oorspronkelijke Bron.
Al deze tradities wijzen naar hetzelfde inzicht: vrede verschijnt wanneer de voortdurende controle van het ego ontspant.
De christelijke betekenis
De cursus gebruikt christelijke taal, maar geeft daar een diep innerlijke betekenis aan.
Wanneer Jezus zegt: "Niet mijn wil, maar Uw wil geschiede", wordt dat vaak gezien als gehoorzaamheid aan een externe God. In de cursus krijgt dit een andere betekenis.
Het verwijst naar het loslaten van de beperkte wil van het ego en het openen voor de Liefde die al aanwezig is.
De vrede waarover hier wordt gesproken is vergelijkbaar met wat in het christendom wordt aangeduid als "de vrede die alle begrip te boven gaat". Het is geen vrede die afhankelijk is van omstandigheden, maar een innerlijke toestand die ontstaat door vertrouwen.
Voor professionals, leiders, trainers en coaches
Deze inleiding bevat een krachtige les voor iedereen die verantwoordelijkheid draagt.
Veel leiders leven vanuit meerdere tegenstrijdige doelen:
-
succesvol zijn én iedereen tevreden houden
-
groeien én volledige zekerheid willen
-
verbinden én controle behouden
-
authentiek zijn én voortdurend voldoen aan verwachtingen
Dat kost enorme energie.
Effectief leiderschap ontstaat wanneer er één heldere intentie onder alles ligt.
Bijvoorbeeld:
"Ik wil vanuit bewustzijn, integriteit en verbinding bijdragen aan het geheel."
Vanuit zo'n intentie worden keuzes eenvoudiger. Er ontstaat minder innerlijke ruis en meer natuurlijke daadkracht.
Voor coaches is dit een belangrijke vraag:
Welke tegenstrijdige doelen houden deze persoon verdeeld?
Vaak wil een cliënt tegelijkertijd veranderen en hetzelfde blijven. Tegelijkertijd groeien en veilig blijven. Tegelijkertijd zichtbaar zijn en onzichtbaar blijven.
Werkelijke ontwikkeling begint wanneer deze verdeeldheid wordt gezien.
Praktische oefening
Neem vandaag enkele minuten stilte.
Vraag jezelf af:
-
Waar probeer ik momenteel controle uit te oefenen?
-
Welke uitkomst probeer ik krampachtig vast te houden?
-
Wat zou er gebeuren als ik die controle voor één moment loslaat?
-
Welke diepere intentie wil werkelijk door mijn leven heen stromen?
Blijf vervolgens enkele minuten stil aanwezig zonder iets te hoeven oplossen.
Niet om antwoorden te bedenken.
Maar om ruimte te maken voor een antwoord dat vanzelf verschijnt.
Dat is precies de richting waarin de lessen 181 tot en met 200 ons zullen begeleiden: van verdeeldheid naar eenvoud, van controle naar vertrouwen, van angst naar vrede.
bodmamu