Ik ben niet een lichaam. Ik ben vrij. Want ik blijf wat ik ben, zo schiep God mij.
Ik vertrouw mijn broeders, zij zijn één met mij.
Deze les brengt ons naar een van de meest fundamentele inzichten van Een Cursus in Wonderen. De scheiding die wij ervaren tussen onszelf en anderen is niet de werkelijkheid. Op het niveau van vorm lijken we verschillende mensen te zijn, met verschillende lichamen, meningen, achtergronden en verhalen. Maar op het niveau van ons ware wezen zijn we één.
De les zegt niet dat je iedereen altijd moet vertrouwen in zijn gedrag. Ze zegt iets veel diepers. Je kunt vertrouwen op de ware essentie van ieder mens. Achter angst, ego, verdediging en conditioneringen bevindt zich dezelfde bron van bewustzijn, liefde en leven.
Wanneer je iemand als vijand ziet, bevestig je de gedachte van afscheiding. Wanneer je iemand herkent als een uitdrukking van hetzelfde leven dat ook door jou stroomt, ontstaat er ruimte voor begrip, mededogen en uiteindelijk vrede.
De les nodigt uit om voorbij de oppervlakte te kijken. Niet naar wie iemand lijkt te zijn, maar naar wat iemand werkelijk is.
In hedendaagse taal
Iedereen die ik ontmoet deelt dezelfde menselijke essentie.
Onder alle verschillen leeft hetzelfde verlangen naar liefde, geluk, veiligheid en verbinding.
Wanneer ik dat zie, hoef ik minder te oordelen en ontstaat er meer vertrouwen in het leven zelf.
Vanuit non dualistische tradities
In het Advaita Vedanta wordt gezegd dat Atman en Brahman één zijn. De individuele persoon lijkt afzonderlijk, maar het bewustzijn waaruit alles verschijnt is ondeelbaar.
In het Zenboeddhisme spreekt men over de leegte van een afzonderlijk zelf. Alles bestaat in onderlinge afhankelijkheid. Er is geen werkelijk afgescheiden ik dat losstaat van het geheel.
Binnen het Taoïsme zijn alle verschijnselen manifestaties van de Tao. De vele vormen zijn verschillend, maar de bron is één.
In de Soefi traditie wordt gesproken over de eenheid van het goddelijke leven dat zich uitdrukt in alle mensen. Wie de ander werkelijk ziet, ziet uiteindelijk God.
Al deze tradities wijzen naar dezelfde richting. De ervaring van afgescheidenheid is relatief. De ervaring van eenheid is fundamenteel.
Vanuit traditionele religies
Binnen het Christendom zijn alle mensen kinderen van God. De oproep om je naaste lief te hebben komt voort uit deze diepere verbondenheid.
In de Islam wordt de mensheid gezien als één familie onder Allah. Barmhartigheid en broederschap vormen essentiële waarden.
Binnen het Hindoeïsme wordt het goddelijke aanwezig geacht in ieder wezen.
Het Boeddhisme benadrukt compassie omdat niemand werkelijk losstaat van het geheel.
Hoewel de taal verschilt, wijzen deze tradities naar dezelfde waarheid: wat wij ten diepste zijn verbindt ons met elkaar.
Toepassing voor professionals, leiders, trainers en coaches
In organisaties ontstaat veel spanning doordat mensen elkaar voornamelijk zien vanuit rollen, functies, belangen en standpunten.
Een leidinggevende die deze les toepast, kijkt verder dan gedrag alleen. Achter weerstand ziet hij onzekerheid. Achter kritiek ziet hij een behoefte. Achter conflicten ziet hij mensen die uiteindelijk hetzelfde verlangen delen.
Voor salesprofessionals betekent dit dat klanten geen targets zijn, maar mensen. Zodra echte verbinding belangrijker wordt dan scoren, groeit vertrouwen en ontstaat duurzame samenwerking.
Voor coaches en trainers biedt deze les een krachtige houding. Je hoeft mensen niet te repareren. Je mag vertrouwen op de heelheid die al aanwezig is onder hun patronen en verhalen. Coaching wordt dan minder duwen en meer helpen herinneren.
De vraag van vandaag is:
Kan ik voorbij verschillen kijken en in ieder mens dezelfde essentie herkennen die ook in mij leeft?
Dat betekent niet dat je alles goedkeurt. Het betekent dat je achter het gedrag blijft zien wie iemand werkelijk is.
Affirmatie
Ik vertrouw op de diepste essentie van ieder mens.
Onder alle verschillen zijn wij verbonden.
Ik ben niet een lichaam. Ik ben vrij. Want ik blijf wat ik ben, zo schiep God mij.
bodmamu