De centrale boodschap van deze les is misschien wel een van de meest uitdagende uit het werkboek:
"Mijn denkgeest is deel van Die van God. Ik ben heel heilig."
Voor veel mensen roept dat direct weerstand op. Heilig? Dat ben ik toch niet? Ik maak fouten. Ik twijfel. Ik heb angsten. Ik word boos. Ik schiet tekort.
Juist daarom is deze les zo krachtig.
Een Cursus in Wonderen vraagt je niet om te ontkennen dat je deze ervaringen hebt. Ze nodigt je uit om te onderzoeken of die ervaringen werkelijk bepalen wie jij bent.
Wat betekent deze les in gewone taal?
De meeste mensen hebben een verhaal over zichzelf opgebouwd.
Ik ben succesvol.
Ik ben onzeker.
Ik ben zorgzaam.
Ik ben een mislukkeling.
Ik ben sterk.
Ik ben gevoelig.
Ik ben een goede vader.
Ik ben niet goed genoeg.
Ik ben een leider.
Ik ben iemand die altijd moet vechten.
Sommige verhalen vinden we prettig, andere juist niet. Maar volgens deze les zijn het uiteindelijk allemaal beelden die we over onszelf hebben gemaakt.
We verwarren die beelden met onze identiteit.
De Cursus zegt dat daaronder iets onaangetast aanwezig blijft.
Een diepere werkelijkheid.
Een bewustzijn dat niet beschadigd raakt door succes of falen.
Een essentie die niet groter wordt door complimenten en niet kleiner door kritiek.
Dat noemt de Cursus onze heiligheid.
Niet als moreel oordeel, alsof je perfect moet zijn.
Maar als verwijzing naar je oorspronkelijke heelheid.
De ogen van het beeld
De les zegt:
"Beelden kunnen niet zien."
Dat is een opmerkelijke uitspraak.
Als jij jezelf ziet als iemand die altijd tekortschiet, kijk je door de ogen van dat beeld.
Als jij jezelf ziet als iemand die altijd sterk moet zijn, kijk je ook door een beeld.
Als jij jezelf ziet als spiritueel gevorderd of juist spiritueel mislukt, kijk je eveneens door een beeld.
Het ego leeft van identificatie.
Het zegt voortdurend:
"Dit ben ik."
Maar visie ontstaat pas wanneer je ontdekt:
"Dit ervaar ik, maar dit ben ik niet."
Non dualistische duiding
In veel non dualistische tradities vinden we precies dezelfde uitnodiging terug.
Zenboeddhisme
In Zen spreekt men over het oorspronkelijke gezicht.
Wie ben je vóór alle etiketten?
Vóór succes en mislukking?
Vóór het verhaal over jezelf?
De beoefening is niet om een beter zelf te maken, maar om te ontwaken uit de identificatie met het zelfbeeld.
Advaita Vedanta
In de Advaita wordt onderscheid gemaakt tussen het veranderlijke ego en het onveranderlijke Atman.
Atman is geen persoonlijke identiteit.
Het is het zuivere Bewustzijn dat één is met Brahman, de uiteindelijke werkelijkheid.
De uitspraak:
"Mijn denkgeest is deel van Die van God"
resoneert sterk met het inzicht:
Tat Tvam Asi
"Dat ben jij."
Taoïsme
Het taoïsme wijst erop dat we uit harmonie raken zodra we geforceerd iemand proberen te zijn.
Wanneer de maskers ontspannen, stroomt het leven weer vanzelf vanuit de Tao.
Je hoeft jezelf niet te verbeteren tot wie je bent.
Je hoeft alleen op te houden jezelf te verwarren met wat je niet bent.
Soefisme
Binnen het soefisme wordt gesproken over het gepolijste hart.
De essentie van de mens blijft zuiver.
Alleen de spiegel raakt bedekt met stof.
Spirituele beoefening verwijdert niet het onzuivere zelf, maar onthult wat altijd aanwezig was.
Vanuit traditionele religies
Christendom
Het woord heiligheid wordt vaak gekoppeld aan uitzonderlijke mensen.
De Cursus sluit echter meer aan bij het idee dat ieder mens geschapen is naar het beeld van God.
De goddelijke vonk is niet exclusief voor enkelen.
Ze behoort tot onze ware natuur.
Hindoeïsme
De diepste identiteit is niet het kleine ik, maar Atman.
Onwetendheid, Maya, laat ons geloven dat we afgescheiden zijn.
Werkelijke kennis herinnert ons aan onze eenheid.
Boeddhisme
Hoewel het boeddhisme niet spreekt over een eeuwige ziel, verwijst het wel naar Boeddhanatuur.
Het ontwaken tot onze oorspronkelijke helderheid voorbij conditioneringen.
Toepassing voor professionals, leiders, trainers en coaches
In organisaties ontstaan veel problemen doordat mensen hun rol verwarren met hun identiteit.
"Ik ben mijn omzet."
"Ik ben mijn functie."
"Ik ben mijn prestaties."
"Ik ben mijn fouten."
"Ik ben mijn reputatie."
Dat leidt tot angst, perfectionisme en defensief gedrag.
Deze les nodigt uit tot een ander fundament.
Je bent niet je functietitel.
Je bent niet je kwartaalcijfers.
Je bent niet je succes.
Je bent niet je mislukking.
Vanuit die innerlijke vrijheid ontstaat juist kracht.
Leiders die niet volledig samenvallen met hun ego kunnen beter luisteren.
Ze hoeven minder te bewijzen.
Ze kunnen fouten erkennen zonder zichzelf te veroordelen.
Ze worden menselijker en tegelijkertijd steviger.
Voor coaches biedt deze les een waardevolle vraag:
Welk verhaal vertel jij steeds opnieuw over jezelf?
En vervolgens:
Wie ben je wanneer dat verhaal even stilvalt?
Vaak ontstaat daar ruimte.
Ruimte voor compassie.
Ruimte voor creativiteit.
Ruimte voor nieuw gedrag.
Niet omdat iemand een ander mens moet worden, maar omdat hij durft te rusten in wie hij al is.
Praktische oefening
Sluit vandaag enkele minuten je ogen.
Schrijf of benoem eerlijk welke eigenschappen je op dit moment aan jezelf toeschrijft.
Ik zie mezelf als gestrest.
Ik zie mezelf als ambitieus.
Ik zie mezelf als tekortschietend.
Ik zie mezelf als behulpzaam.
Ik zie mezelf als onzeker.
Ik zie mezelf als succesvol.
Voeg vervolgens na iedere zin toe:
Maar mijn denkgeest is deel van Die van God. Ik ben heel heilig.
Voel wat er gebeurt.
Misschien geloof je het niet.
Misschien ontstaat weerstand.
Misschien juist ontroering.
Dat maakt niet uit.
De oefening vraagt niet om overtuiging.
Alleen om bereidheid om de mogelijkheid toe te laten dat je méér bent dan het verhaal dat je over jezelf bent gaan geloven.
Reflectievraag
Welke eigenschap die jij vaak gebruikt om jezelf te beschrijven, positief of negatief, ben je bereid vandaag even losser vast te houden?
Misschien ontdek je dan iets wat altijd al aanwezig was.
Niet het beeld.
Maar de stille, open aanwezigheid waarin alle beelden verschijnen en weer verdwijnen.
En misschien is dat precies wat de Cursus bedoelt met heiligheid.
bodmamu